0
products in your shopping cart
Total:   € 0.00 details
There are no products in your shopping cart!
We hope it's not for long.

Visit the shop

Louis Comfort Tiffany

Een belangrijke ontwikkeling in de art nouveau periode was het geïriseerde glas. De grote vernieuwer in dit genre was de Amerikaanse glaskunstenaar Louis Comfort Tiffany (1848-1933), wiens werk in Europa voor het eerst was te zien op de industriële tentoonstellingen kort voor de eeuwwisseling en zowel in Europa als Amerika op grote schaal werd gekopieerd.

Zijn vader had een juweliersfirma in New York, Tiffany & Co., gesticht in 1837. Tot verrassing van zijn ouders koos Louis Comfort Tiffany voor een kunstenaarsloopbaan. Hij nam les bij de landschapschilder Georges Inness en een jaar later, in 1867, werd een van zijn schilderijen uitverkoren voor een expositie in de National Academy of Design. Het jaar daarop vertrok hij naar Parijs om verder te studeren onder Leon Bailly, en maakte daar voornamelijk exotische landschappen entiffanyp3 genrestukken in de modieuze oosterse stijl. Hij bleef schilderen, maar zijn interessesfeer breidde zich steeds uit en hij besloot het gehele terrein van de decoratieve kunsten tot zijn beroep te maken, omdat hij meende dat er meer in zit dan alleen plaatjes schilderen.

Na zijn terugkeer in New York in 1879 richtte hij samen met twee andere kunstenaars een bedrijf op, Louis C. Tiffany and Associated Artists, dat een stijl creëerde die bekendheid kreeg om zijn onafgeleide, individuele gedaante. De zaak ontwierp interieurs met een kleurrijk en exotisch karakter en de meest heterogene ontleningen, zowel aan de oosterse als de middeleeuwse kunst, zoals hanglampen in moskee-stijl en gebrandschilderde ramen. Zijn meest eervolle opdracht kreeg Tiffany in 1883 met de herinrichting van het Witte Huis, en vooral dit soort opdrachten van schatrijke cliënten gaven hem alle kans zijn ideeën uit te leven. Daarbij richtte zijn aandacht zich meer en meer op de vervaardiging van het sierglas dat hij in zijn interieurs gebruikte, en na enkele mislukte pogingen begon hij in 1893 met een eigen glasfabriek in Corona, Long Island.

Hoewel de naam Tiffany tegenwoordig synoniem is met glaskunst, heeft hij deze reputatie beslist niet louter te danken aan zichzelf. Hij was een matig succes als schilder en een inventieve pionier op het terrein van de glas-chemie, maar zijn enorme succes berustte op zijn vermogen zich als leider van een groot concern te omringen met hoogbegaafde medewerkers die zelf op de achtergrond bleven. Als direkteur van de produktie trok hij zonder acht te slaan op de individuele prestaties alle eer aan zichzelf, ook al was een groot deel van zijn successen rechtstreeks te herleiden tot de talentvolle vaklieden en ontwerpers die hij in dienst had. In drie genres verwierf zijn bedrijf een unieke reputatie; gebrandschilderd glas, Favrile-glas en glas-in-lood

tiffanyp2Wat het gebrandschilderd glas betreft hield Tiffany zich voornamelijk bezig met de techniek. Zijn eigen ontwerpen waren of zuiver geometrisch of landschapsthema’s in de trant van zijn schilderijen, maar hij had er evenmin bezwaar tegen met zijn nieuwe technieken ontwerpen van andere kunstenaars uit te voeren, wat hij bijvoorbeeld deed voor de ramen die in 1895 werden geïnstalleerd in Bings Parijse Galerie L Maison de l’Art Nouveau en die waren ontworpen door schilders uit de groep der Nabis. Tiffany verbaasde zich over de slechte kwaliteit van het gebrandschilderde glas uit die dagen en kwam tot de volgende ontdekking:

Het glas dat voor wijnflessen en jampotten werd gebruikt was intenser, subtieler en mooier van kleur dan al het glas dat ik kon kopen. Deze ongerijmdheid wilde ik tot op de bodem uitzoeken en ontdekte toen dat het glas waarvan de flessen worden gemaakt ijzeroxydes en andere onzuiverheden bevat die bij het smelten in het zand zijn achtergebleven.

TIffany nam eindeloze proeven met combinaties van metaaloxydes om iedere gewenste kleurgradatie te kunnen verwezenlijken, niet tevreden voordat hij zelfs de briljante kleureffecten van het middeleeuwse gebrandschilderde glas had overtroffen. Om in dit in beginsel erg vlakke medium toch een dieptewerking te krijgen, introduceerde hij juweelachtige glasklompen in briljante kleuren en gerimpeld glas waarop het licht kon weerkaatsen. De structuur van de Tiffany-ramen, opgebouwd uit vlakke, gerimpelde, bolle en holle fragmenten, was veel gevarieerder dan ooit in gebrandschilderd glas was vertoond en riep associaties op met de kunst van de edelsmid. De techniek van het vatten van juwelen in metaal. Een artikel in The American Arts Review verklaarde:

Tiffany heeft gekozen voor het pure mozaïek, en gaat daarin wellicht verder dan ooit tevoren. Hij heeft bewezen dat de allermooiste landschapsscenes in glas vaak beter zijn weer te geven dan in verf. Effecten als rimpelend of stilstaand water, de ondergaande zon en door de maan verlichte wolken, de mysterieuze golvingen van heuvels en bossen in de achtergrond, zijn uitgebeeld met een kracht en een suggestiviteit die in ieder ander materiaal onbereikbaar is.

Tiffany wilde het penseelgebruik volledig uitbannen: in 1917 schreef hij hierover in Harper’s Bazaar:

Ik zou door te schilderen geen inspirerend raam kunnen maken. Door chemische studies en jarenlange experimenten heb ik methoden ontdekt om te ontkomen aan het gebruik van verf, etsen of branden of andere bewerkingen van het oppervlak van het glas, zodat het nu mogelijk is figuren in glas te maken waarbij zelfs de vleestonen niet ontstaan door een oppervlaktebehandeling maar worden opgebouwd uit wat ik ‘echt glas’ noem, omdat er geen trucs van de glasmaker nodig zijn om vlees weer te geven.

Tiffany voerde zijn proeven uit in het Heidt Glasshouse in Brooklyn. Daar werkte in die tijd ook John La Farge, naast Tiffany de belangrijkste glazenier uit die periode. tiffanyp4Eerst wisselden zij ideëen en ervaringen uit, totdat zij als felle rivalen tegenover elkaar kwamen te staan. In 1880 probeerde Tiffany een eigen glaswerkplaats op te zetten, waarvoor hij een meester-glasblazer in dienst nam die bij Salviati op Murano had gewerkt. Na twee felle branden gaf Tiffany zijn pogingen op en keerde terug naar het Heidt Glasshouse; pas na de stichting van de fabriek in Corona op Long Island in 1893 bezat hij een eigen glasoven. Voor die datum hield Tiffany zich hoofdzakelijk bezig met het gebrandschilderde glas en de overige vormen van sierglas die hij in zijn interieur-ontwerpen kon toepassen, zoals glazen tegels en lampehouders, vlak gerond of gefacetteerd, die in verlichtingsornamenten werden verwerkt en tezamen met het nieuwe wonder van het elektrische licht een boeiend spel van glans- en schittereffecten opleverden.

Voor de stichting van zijn glasfabriek in Corona trok Tiffany een Engelsman aan, Arthur Nash, die had gewerkt voor een van de Britse pioniers van de moderne glaskunst, Thomas Webb in Stourbridge. Nash hield toezicht bij de bouw van de fabriek, waar hij de rest van zijn loopbaan zou doorbrengen. Zijn rol in de ontwikkeling van het geïriseerde glas, dat later de naam Favrile-glas kreeg, moet aanzienlijk zijn geweest.

De naam Favrile had betrekking op het met de hand geblazen kunstglas dat Tiffany begon te maken toen de fabriek in Corona klaar was. De naam werd afgeleid van het Engelse woord fabrile, dat ambachtelijk of met de hand gemaakt betekent. Het iriserende effect werd verkregen door het hete oppervlak te behandelen met metaalzouten, die in het glas werden geabsorbeerd en een metaalachtige luster creëerden. Tiffany was al lang gefascineerd door irisatie; al in 1880 had hij patent genomen op de vervaardiging van iriserend sierglas. Dit was geen nieuwe uitvinding; tijdens de tweede helft van de 19e eeuw hadden diverse Europese glasfabrieken patenten geregistreerd voor hun eigen vormen van iriserend glas. Uitzonderlijk was Tiffany echter door zijn veelzijdige toepassing van deze techniek als artistiek middel, waarmee hij schitterende kleureffecten wist te bereiken.

De combinatie van Tiffany’s bedrevenheid in het kleuren van glas en Arthur Nash begaafdheid als glasblazer resulteerde in een reeks prachtige stukken. Tiffany verzond de eerste creaties naar Bing in Parijs, waar zij Bing verbaasde reactie ontlokten dat het na alle voorgaande prestaties nog immer mogelijk bleek uit glas iets nieuws te maken. De samenwerking van Nash en Tiffany was uiterst creatief, en Nash werd in zekere zin de ‘blaasarm’ van Tiffany, die Tiffany’s chemische ontdekkingen met zijn glasblazers talenten kon omzetten in decoratieve kunst. Een bezoeker die kort voor 1900 in het atelier te gast was, sprak over 5000 kleuren en variëteiten die in het magazijn aanwezig waren. De verschillende soorten iriserend glas kregen later speciale benamingen, zoals, lavaglas, paarlemoerglas en Cyprisch glas.

De basistechniek voor het maken van Favrile-glazen bestond uit het aanbrengen van kleine hoeveelheden gekleurd glas, op vooraf bepaalde punten, in een hete bol van tiffanyp5iriserend glas. De glasbol ging dan terug de oven in en kreeg daarna dezelfde behandeling, die soms tot twintig keer toe werd herhaald. Als alle verschillende glastinten waren gecombineerd en het voorwerp door diverse manipulaties zijn uiteindelijke vorm aannam, bleken de motieven die in de oorspronkelijke hete glasbol waren aangebracht met de vaas zelf te zijn uitgegroeid naar niet in dezelfde verhouding. De kaleidoscopische effecten die deze methode mogelijk maakte, waren onbegrensd. Sommige vazen werden bovendien geslepen en gepolijst, soms ook geëtst, maar de basiseigenschappen van Tiffany’s Favrile-glas ontstonden door de genoemde technieken.

De eerste Tiffany-lampen, dat wil zeggen de standaard modellen met gebrandschilderd glastechnieken, verschenen kort voor de eeuwwisseling.

De tafellampen die later een standaardprodukt van Tiffany werden hadden een bronzen voet en een kap van glas-in-lood. Naast tafel en vloerlampen waren er grote hangende kappen. Hun praktische waarde als lichtbron was gering, ze waren meer bedoeld als ornamenten die glansden als juwelen. De voeten liepen uiteen van simpele neo-klassieke zuilvormen tot uitvoerige bronsculpturen van boomstronken, waterlelies of soortgelijke motieven. De kap was soms geometrisch, maar bevatte doorgaans bloemmotieven of exotische dierfiguren die in het schemerige licht van de zwakke lampen een vreemde en magische gloed kregen.

Een van de beroemdste Tiffany-lampen was de ‘morning-glory’, met achttien losse kelkjes van haagwindebloemen op een voet van waterlelies, dat een hoofdprijs won op de tentoonstelling van Turijn in 1902.

about the author

No comments

The comments are closed.