0
products in your shopping cart
Total:   € 0.00 details
There are no products in your shopping cart!
We hope it's not for long.

Visit the shop

Daum Nancy

Het bedrijf Daum werd in gesticht in 1870 door Jean Daum, die na de Frans-Pruisische oorlog uit de Elzas had moeten vluchten. Jean Daum begon met de produktie van gebruiksglas zoals ruiten en horlogegas, maar onder zijn leiding kwam het bedrijf niet tot welvaart. Bij zijn dood in 1885 namen twee van zijn zes kinderen, Auguste Daum (1853-1909) en Antonin Daum (1864-1930), de leiding over en onder hen kwam het bedrijf tot grote bloei.

In 1890 begonnen de gebroeders Daum met de produktie van sierglas en tot 1925 brachten zij art nouveau glas in de trant van Emile Gallé uit. De kunstenaar van het Daum Nancy vaastweetal was Antonin Daum. Minder poëtisch ingesteld als Gallé, zocht hij in de natuur niet zozeer de spirituele als wel de visuele schoonheid. Hij werd het sterkst gefascineerd door de kleur, door de juiste kleurtonen van een papaver of een zonnebloem. Het symbolisme was in de mode, maar bij de Daum-glazen is het een traditioneel symbolisme dat meer te maken heeft met de logica dan met poëzie zoals een camee lamp gedecoreerd met vleermuizen die wegvliegen wanneer het licht wordt.
Antonin Daum beschreef in 1903 de grondbeginselen van zijn bedrijf als de studie van levende materie, het zoeken naar waarheid, een terugkeer tot intellectualisme, tot het poëtische gevoel, tot logische principes voor de vormgeving en decoratie.
De vroege Daum-glazen hadden overwegend heraldische decoraties. Ze waren uitgevoerd in fijn geschilderd email, hier en daar geaccentueerd door verguldsel. Voor 1890 bestond de produktie van Daum voornamelijk uit gebruiksvoorwerpen, o.a. kannen, parfumflesjes en ring-bokalen. Daarna, toen de invloed van de art nouveau-stijl toenam, verschenen de organische vormen en decoraties ontleend aan de taal van de bloemen.
De eerste artistieke Daum-glazen werden in 1893 getoond in Chicago, en de eerste bekroning voor Daum volgde in 1900 op de Wereldtentoonstelling van Parijs. Tot op dat moment hadden Gallé en Daum zich alleen onderscheiden door kleine technische verschillen en een iets andere uitwerking van de thematiek. Daum maakte bijvoorbeeld meer gebruik van de martelé-techniek als achtergrond voor de decoratie, omdat hij vond dat zo’n gefacetteerd oppervlak een levendig effect gaf wanneer het licht erop viel. Pas in het eerste decennium van de 20e eeuw ontwikkelde het Daum-glaswerk een markante eigen identiteit.

daumnancy3Kort voor 1900 deden zich diverse ingrijpende ontwikkelingen voor. De belangrijkste vinding die het Daum-glas een aparte status bezorgde ten opzichte van andere glassoorten, was een gespikkeld effect dat werd verkregen door heet glas in gekleurd poederglas te rollen; de poeders hechtten zich aan het glaslichaam en versmolten door het contact met het hete glas tot een nieuwe buitenlaag. Deze techniek werd zowel gebruikt op de romp van vazen als achtergrond van camee-decoraties, als met bijzonder geslaagde effecten voor de fijnere details van geappliqueerde sculpturen zoals insecten, schelpen, bloemknoppen of vruchten.

Soms ontstond hierdoor een haast bijna surrealistische, levensechte textuur, bijvoorbeeld bij sommige kalebassen die Daum als applicaties gebruikte.

Een andere specialiteit, vooral effectief voor landschapdecoraties, was de zogenaamde intercalaire-techniek waarbij de decoratie zowel werd aangebracht tussen de glaslagen als op het oppervlak. Hiermee kon men een besneeuwd landschap of een regenbui suggereren op een wijze die de decoratie een opmerkelijke perspectivische diepte verleende.

Op de tentoonstelling van 1900 werden 38 vazen van dit type geëxposeerd. Het procédé was ingewikkeld en riskant, omdat het inwendige camee-decor moest worden afgedekt met een dunne glaslaag die op zijn beurt fungeerde als oppervlak voor de uitwendige camee-decoraties.

Door zijn experimenten met poederglas ontwikkelde Daum nog twee nieuwe technieken. De eerste resulteerde in een serie opake vazen, bekend als céramique de jade. Doordat het hete glas over nauwkeurig geordend patroon van gekleurde glaspoeders werd gerold, ontstond een opaak oppervlak dat sterk deed denken aan aardewerk glazuur, met abstracte decoraties die de tekening van kostbare mineralen als jade of amber imiteerden. Om het effect te vergroten werd in het glas goudfolie verwerkt, dat bij het uitblazen van het glas uiteenviel in kleine fragmentjes. Deze wonderlijke proefstukken zijn zeldzaam en kostbare verzamelobjecten, al zijn ze eerder technisch interessant dan mooi.

De tweede techniek die Daum ontwikkelde was die van het pate de verre, glas in de vorm van een pasta-achtige substantie die modellering met zeer subtiele details mogelijk maakte. Antonin Daum noemde het pate de verre de grootste ontdekking van onze tijd in het kunstglas, nooit ook maar benaderd in enige voorgaande periode en een vinding waarop Frankrijk trots mag zijn.

Het pate de verre procédé gaat uit van transparante emails. Poederglas, flux en kleurmiddelen worden in een vorm versmolten, een methode die zowel de sculpturale Daum Nancy vaasmogelijkheden als de kleureffecten verruimde. In feite was de techniek al in het oude Egypte toegepast en herontdekt door Henri Cros (1840-1907), die met pasta’s op basis van poederglas experimenteerde in de porseleinfabriek van Sevres; ook George Despret (1862-1952) werkte met dit medium. De eerste pate de verre sculpturen en -vazen van de firma Daum dateren uit 1906, toen Almaric Walter daar in dienst kwam na zijn studie aan de Ecole de Sevres. Hij maakte de ontwerpen en werkte samen met de glastechnicus Henri Bergé; de Daum stukken die door dit team zijn uitgevoerd dragen meestal de signaturen van beiden. De sculpturen werden gemaakt in meerdelige vormen. Aanvankelijk waren dit klassieke beeldjes, zoals kopieën van Tanagra-figuren in een enkele kleur. Mettertijd werd de modellering gedurfder en oorspronkelijker, en de beste produkten zijn kleine juweelachtige dierfiguren, afgebeeld in hun natuurlijke leefomgeving, en vazen met naturalistische ornamenten.

Bij Daum ging de produktie van pate de verre vanaf 1906 ononderbroken voort, in aan de heersende mode aangepaste stijlvormen. In de tijd van de art nouveau kozen ook andere glaskunstenaars voor dit medium, onder wie Gabriel Argy-Rousseau en Francois Decorchemont tot de uitblinkers behoorden. Decorchemont had al naam gemaakt als schilder en keramist voordat hij in 1904 begon te werken met glas, in zijn eigen fabriek.

De glasproduktie in en rondom Nancy kreeg bekendheid als de School van Nancy. Afgezien van Gallé en Daum waren er diverse kleinere bedrijven zoals Dárgenthal, Delatte en Legras die meeprofiteerden van de groeiende vraag naar camee-glas in de art nouveau-stijl. Hun produkten, zijn minder interessant hoewel het vakmanschap zeer goed is. Ook de gebroeders Muller (beiden als leerling gewerkt onder Gallé) maakten uitmuntende kunstglazen in hun fabriek in de naburige plaatsen Luneville en Croismare.

about the author

No comments

The comments are closed.