0
products in your shopping cart
Total:   € 0.00 details
There are no products in your shopping cart!
We hope it's not for long.

Visit the shop

Schneider: ontstaan glasfabrieken

De NV Glasfabrieken Schneider

In 1917 waren de behoeftes aan glaswerk voor medische toepassingen en laboratoria van ziekenhuizen drastisch toegenomen en veel hoger dan de toeleveringsmogelijkheden. De invoer door de Glasfabrieken uit centraal Europa, tot dan toe de traditionele leveranciers, was gestagneerd sinds het begin van het conflict; de Glasfabrieken uit het noorden lagen in bezet gebied en andere Franse Glasfabrieken hadden zoals de Glasfabrieken Schneider & Wolf noodgedwongen hun poorten moeten sluiten vanwege de mobilisatie. Het is onder deze omstandigheden dat, in 1917, Charles en Ernest ontslagen werden uit de eenheid waarin ze gemobiliseerd waren, met de opdracht om een eenheid op te richten in de Glasfabriek in Epinay-sur-Seine voor het vervaardigen van glaswerk ten behoeve van de nationale defensie.

 

De koop van de fabriek en de plotselinge onderbreking hadden de financiële reserves totaal opgeslokt. De oude Glasfabriek wordt ondergebracht met hulp van financiers in de N.V. Glasfabrieken Schneider, die deze vorm en benaming zal behouden tot aan zijn ontbinding door faillissement in 1938.

Door een beroep te doen op een externe groep, hadden de oude vennoten de controle op de algemene politiek van de onderneming verloren, omdat ze slechts over een zetel in de raad van beheer beschikten. Natuurlijk gingen beide broers door maar de financiële controle ontsnapte hun volledig. Een dergelijke situatie droeg bij aan een conflict tussen financiers en directie. Stilzwijgend eerst, daarna meer openlijk werd het conflict geboren. Het zou zijn ontknoping vinden in de jaren 1922-23. Een groep, gevormd door de gebroeders Schneider en Henri Wolf, verwanten en kennissen en beheerders met hun bankgaranties, namen de controle over van de onderneming. Dit succes zou bijdragen om de opbrengsten op grote schaal te investeren en een noodzakelijke modernisering van het bedrijf door te voeren; dit zou evenwel gepaard gaan met een tijdelijke verzwakking maar men streefde weer naar het technische en artistieke leven van het bedrijf zoals bij zijn ingebruikname voor de nationale defensie in 1917. Het vergde veel inspanningen en toewijding vooraleer de voorwaarden voor een stabiel functioneren gevonden werd.

De technische verrijkingen en de verscheidenheid van productie

Wat het eigenlijke glaswerk zelf betreft, valt men terug op echte antieke vormen, gekarakteriseerd door zuiverheid van lijnen, die men maakt en éénkleurige glaspasta’s en vaker nog in gemengde tinten met een zeer neutraal karakter. De vormen zijn geïnspireerd op amphoras, op kruiken, olielampen enz. Deze richting wordt echter al spoedig verlaten om te worden vervangen door een richting die deze keer echt origineel is en vormen brengt die tot dan toe nog niet gezien waren.

Zo kwamen de grote schalen op zwarte voet en de juwelenschaaltjes tot stand, waarvan het succes aanzienlijk was en die tientallen jaren daarna nog steeds gecommercialiseerd werden met slechts kleine wijzigingen.

Van bij het begin had Charles Schneider steeds op grote schaal zijn motieven gezocht in de nabootsing van natuurlijke tinten, iets wat in de Art Nouveau periode zeer SCHNEIDERCOUPEagewild was, om later composities te maken met meer vrije tinten tot zelfs willekeurige. Maar het succes van zijn scheppingen in de loop van de jaren 1920-25 werd nog versterkt door gebruik te maken van nog meer elegante en subtiele tinten, die gedurende deze periode op punt gezet werden door de scheikundigen van het bedrijf Granger en Babille.

Deze nieuwe tinten vormden een groot deel van de geslaagde meerdere series Jaden en Marbrines (gemarmerde), waarbij de enige decoratie hier was de variatie van de kleuren, hun rangschikking en combinaties op ongebruikelijke vormen.

Het glasblazen

Een glasblazersatelier werd opgericht en doorloopt eveneens de weg van Art Nouveau en de Art Deco. De creaties uit dit atelier zijn nog steeds gewild door enkele gespecialiseerde verzamelaars. Men brengt op grote voorwerpen decoraties aan met een stift, te samen met weelderige versieringen, die met een rad ingegraveerd zijn.

De Smederij

Een smederij wordt opgericht, waarvoor Charles Schneider de modellen tekent, voornamelijk op het gebied van verlichting. De verdwijning van de archieven over dit gedeelte laat tegenwoordig niet toe om een onderscheid te maken, tussen echt SCHNEIDER-smeedwerk en dat van specialisten op verlichtingsgebied, omdat het smeedwerkgedeelte niet gesigneerd werd.

Glas in Lood

Men richt ook met succes een glas-in-lood atelier op, dat een exportmarkt vindt naar de USA en naar sommige andere rijke landen in Zuid-Amerika. Prestigeseries worden uitgebracht, met ingelegde mozaïeken, geïnspireerd op de Art Nouveau, alsook stukken met graveringen met het rad, volgens de nieuwste modes. Men combineert bij sommige van deze prestigeseries opeenvolgende technieken zoals graveren met zuur, met het rad, zandstralen, polijsten, zodat het bijna niet mogelijk is om achteraf de verschillende achtereenvolgende stappen in het proces te onderkennen om tot het bereikte resultaat te komen.

De expositie van 1925

De voorafgaande weg is afgelegd in een vijftal jaren. Al deze technieken en ervaringen zullen Charles Schneider dus ter beschikking staan, begin 1924, om de deelname van de firma voor te bereiden aan de Tentoonstelling van Moderne Decoratieve Kunsten in 1925. Deze heeft met zijn naam een tijdperk gemarkeerd. De betrokkenheid van de firma is door deelname aan deze tentoonstelling zeer groot (de firma is met grote bedragen erin betrokken), en Charles Schneider persoonlijk op artistiek vlak. Een vermelding buiten mededinging en een plaats in de jury voor Charles Schneider geven hem daar een terechte plaats na vijf onafgebroken jaren van artistieke creaties. De Verreries Schneider nemen inderdaad met meerdere titels deel aan de tentoonstelling. Bij de afdeling Onderricht, presteren ze een didactische demonstratie van de techniek van de glaskunstenaar (elementen van deze demonstratie zijn bewaard gebleven in het Museum van het Conservatorium voor Kunst en Ambacht). Ook worden presentaties gegeven van het maken van glasramen. Van een heel andere orde waren de levering van de glasramen van de drie torens van de expositie, waaronder een aankleding met veelkleurige glasramen, die het werk op de wijngaarden verbeeldden, appelbomen en hop. De vierde toren bevatte ook prachtige glasramen van Grüber.

Maar, van zelfsprekend, was het meest essentiële aspect van de deelname gesitueerd in de afdeling glaskunst. Schematisch en zich beperkend tot het meest typische, kan men twee tendensen onderscheiden. In een eerste periode gedurende de voorbereiding voor de tentoonstelling blijft Charles Schneider, ongetwijfeld beïnvloed door zijn opleiding en nog meer door zijn broer, trouw aan de Art Nouveau. De creaties van meer bewerkelijke stukken interesseerde hem echter eveneens. Van dit luik van de deelname van de Verreries Schneider resten ons nog voldoende betekenisvolle getuigenissen.

Daarna, gedurende een tweede periode, heeft Charles Schneider zich plots afgekeerd van zijn eerste invloeden en richt zich op een totaal ander concept, dat veel meer in overeenstemming was met de heersende weerklank in die periode. Het resultaat daarvan was een tweede serie stukken, die essentieel gekenmerkt worden door een architectuur met hoogten en laagten en verschillend gekleurd, afgewisseld met wit doorschijnend glas, waarbij een en ander gegraveerd was met motieven van die periode. Deze architectuur van elementen dikwijls zeer gedurfd, vergde soms aan de techniek het meest haalbare van wat in die tijd mogelijk was. Half-bolvormige schalen, waarvan de kelk gegraveerd was steunden nauwelijks op een kubusvormige eveneens gegraveerde voet; hoge schalen met gemarmerde kelk op een gesneden vierkante smalle voet in wit glas, of, omgekeerd, paars-zwart of rookglas, met een onwaarschijnlijke dambord vormige gravering, waarin tientallen elementen, gepolijst, mat of half-gepolijst in elkaar of over elkaar geplaatst waren.

Het is door dit tweede luik van zijn werk, dat Charles Schneider, op zijn minst gedeeltelijk, zijn stempel heeft gedrukt op de glaskunst in de Art Deco periode. Het is immers in dit werk, dat hij de meeste afstand genomen heeft van enerzijds zijn opleiding en omgeving en anderzijds van de economische en commerciële spanningen, le verrefrancaisvase3die op hybride ondernemingen, zoals glasbedrijven met grote omzet uit die periode, drukten. Men vindt een redelijk goed bewaard archief wat betreft het eerste luik, met betrekking tot de Art Nouveau periode, van de bijdrage van de firma Schneider aan de tentoonstelling van 1925. Anders is het gesteld met het tweede luik, met betrekking tot de Art Deco periode. Enkele schetsen en tekeningen, teruggevonden in de archieven, komen in de buurt, maar zijn onvoldoende om als referentie te dienen. Misschien zullen het artistieke toeval of de kunsthandel op een dag deze stukken boven water brengen.

Geboorte van “Le Verre Francais”

De heftige tijd van de Expositie van des Arts Décoratifs situeert zich ongeveer halverwege de actieve levensperiode van de Verreries Schneider, in zekere zin in de zomer van de onderneming. Ter gelegenheid en tengevolge van deze tentoonstelling verschenen nieuwe tendensen, die aan de wieg stonden van nieuwe artistieke en technische evoluties.

De fel gekleurde en weinig doorschijnende glaspasta’s die het blijvende succes hadden gegarandeerd van de zogenaamde Jaden en Marbrines en anderen verloren gedeeltelijk de gunst van het publiek. De lijn Schneider en daarna met een tussenpauze van drie jaar ook de lijn van Le Verre Français pasten zich aan deze nieuwe tendensen en produceerden een serie, die bestond uit een massa van gekleurd glas, eerst aan de basis met een kleurschakering, daarna met kleurschakeringen over het gehele stuk. In het begin zijn deze stukken vooral gegraveerd met zuur in de diepte, wat verkregen werd met behulp van nieuw ontwikkelde baden om speciale effecten te bereiken. Daarna volgden stukken uit de over, die vanaf de half gesmolten glasmassa geheel vervaardigd werden door de handen van de glasbewerkers. Deze stukken waren vaak gemaakt uit een zeer dik glas, waarop versieringen aangebracht werden in diep reliëf : randen, banden, bollen, ribbels enz.

Later worden deze versieringen lichter en de vormen, nog steeds gemaakt uit zwaarmateriaal, worden zuiverder. In sommige series komen alleen nog in insnijdingen in de diepte voor; diepte om de oorspronkelijke strakke vormen te breken. Dit werd gedaan met een totaal nieuwe en oorspronkelijke techniek, die door middel van radgraveren het glas liet schitteren. In dit laatste stadium van de evolutie van de firma is men gekomen op een gebied dat heden tot op zekere hoogte misschien gewoon lijkt, maar dat toen inslag vond in de jaren ’30. Deze stijl zou pas door anderen worden overgenomen na de tweede wereldoorlog.

De crisis van 1929 en de interne moeilijkheden

De economische crisis, die begonnen was in de USA in 1929, was de nekslag voor de firma Schneider. Binnen enkele dagen werd alle uitvoer stop gezet. De nog lopende bestellingen werden geannuleerd of bij aankomst op de kades geweigerd.

Als gevolg van deze crisis zullen ook de politieke en sociale hervormingen in Centraal Europa en op de Balkan tot stilstand komen en verdwijnen. Alle bedrijven gingen zich nu richten op een versterking van de interne markt.

De onderneming van de gebroeders Schneider hadden in 1925 grote investeringen gedaan om verdere groei te bevorderen. De reserves waren verminderd, zoniet opgemaakt. Bovendien was een zeer gevaarlijke concurrent opgedoken in het vaarwater van de Firma Schneider: de Glasfabriek van Compiègne, met de signatuur Degué, die artikelen op de markt bracht, die zo dicht lagen bij deze van Schneider, dat de Firma Schneider een proces wegens namaak startte. Het proces werd gewonnen maar was zo lang aanslepend geweest, dat de uitkomst ervan geen enkel praktisch nut meer had.

Ernest Schneider, afgevaardigde beheerder en commercieel directeur, die in het bijzonder verantwoordelijk was voor de commerciële en financiële lasten, was qua gezondheid zwaar achteruit gegaan sinds begin 1928, en herstelde slechts gedeeltelijk. Een terugval, begin 1931 zal hem definitief ongeschikt maken om zijn functies te hervatten.

Vanaf dat moment is Charles Schneider verantwoordelijk voor deze functies, iets wat zeker meer was, dan hij zich had gewenst. Geen enkele van deze elementen, was op zich bepalend voor het uiteindelijke lot van het bedrijf, de sleutel lag bij dramatische daling van de bestellingen; maar de samenloop van al deze bijkomende omstandigheden maakte het uitzicht op een oplossing nog problematischer.

Het einde van de productie

In november 1931, doofde de onderneming zijn oven en stopte de productie. De oven werd in maart 1932 weer aangestoken, voor een maand, de tijd die nodig was om monsters te ontwerpen en om de al zeldzame bestellingen te maken die ondertussen waren binnengekomen. Daarna volgde de definitieve uitdoving van de oven. Pogingen tot toenadering met meer krachtige ondernemingen of groepen mislukten eveneens.

De naamloze vennootschap van de Glasfabrieken Schneider wordt juridisch geliquideerd op 24 mei 1937. Deze wordt omgezet in een faillissement op 11 juli 1938. Ernest Schneider was volledig bankroet, gestorven op 11 juni 1937. Ernestine, de oudste dochter, overleed begin 1942.

Charles Schneider, die eveneens in het débacle van het bedrijf was meegesleurd, slaagt erin zijn creatieve activiteiten op kleine schaal voort te zetten in andere sectoren en we vinden hem terug later in de onderneming, opgericht door de oudste van zijn zoons in 1946, na de tweede wereldoorlog.

Niemand had belangstelling getoond voor de overname van de oude firma van Schneider, als glasfabriek. De installaties gingen op dat moment verloren voor de glasproductie.

In 1946, sticht de oudste zoon van Charles Schneider een kristalfabriek op een veel kleinere schaal, eveneens in Epinay-sur-Seine, maar op een andere plaats. Deze nieuwe onderneming stopt vrijwillig in 1981, bij gebrek aan opvolgers van de op leeftijd geraakte directie.

Er is sprake van een artistiek verband , omdat Charles Schneider nog enkele nieuwe modellen heeft kunnen maken in het nieuwe bedrijf voor zijn dood in 1952, die geleid wordt door zijn beide zoons.

Korte geschiedenis van de fabriek

Tot aan de mobilisatie in 1917, was Ernestine, de oudste zuster –die haar baan als lerares verlaten had-, vanaf 1914, samen met Mr. Baty verantwoordelijk voor de bewaking van de fabriek en de voorraden. Na de oorlog, werden belangrijke wijzigingen doorgevoerd rond 1923-24 en de nieuwe fabriek, onderging veranderingen en uitbreidingen, die noodzakelijk waren geworden door een toenemende vraag.

Een spoorlijn eindigde direct in de garage, zodat een directe verbinding met Epinay en de wegen naar Parijs tot stand kwam. De oude potovens werden vervangen, door twee meer verfijnde rechthoekige ovens, die een grotere productie toelieten. De totale bezetting van de fabriek, de leiding ingegrepen, bedroeg ongeveer 500 man rond 1923, wat de ontwikkeling van de fabriek verklaart, die er veruit de grootste glasfabriek van de wereld zou maken.

Le Verre Français, het merk werd in oktober 1918 gedeponeerd. Het artistieke glaswerk van hoge kwaliteit werd verspreid onder de signatuur Schneider. De commerciële afdeling Schneider, werd opgericht als directe weerspiegeling van de activiteiten van de firma, juridisch een eigen persoon was, terwijl de afdeling Le Verre Français, die een verschillende naam en signatuur op de verspreide producten had dan de firma, om een zekere onafhankelijkheid te suggereren, eigenlijk direct afhankelijk waren van de hoofdzetel.

De scheidingslijn tussen de commerciële afdeling Schneider en de commerciële afdeling Le Verre Français loopt tussen alle artistieke producten van hoge kwaliteit, als ook nog enkele geblazen artikelen en glasramen, die gesigneerd waren met Schneider en alle andere niet gesigneerde producten, dan wel gesigneerd met Le Verre Français, Charder en in mindere mate Verçais.

In tonnage van verkocht glas, tenminste tot op het latere moment van de invoering van geperst glas, vertegenwoordigt de afdeling Le Verre Français met het geheel van gesigneerde en niet gesigneerde artikelen het grootste aandeel van de firma. Maar dit aandeel vertegenwoordigde ten opzichte van de lijn Schneider slechts een beperkt inkomstenaandeel, vooral het niet gesigneerde deel, dat erg aan concurrentie onderhevig was.

about the author

No comments

The comments are closed.