0
products in your shopping cart
Total:   € 0.00 details
There are no products in your shopping cart!
We hope it's not for long.

Visit the shop

Wiener Werkstatte

De oprichting
Met de oprichting van de Wiener Werkstätte in 1903 werd een belofte ingelost die de schrijver en dichter Hermann Bahr in 1899 in naam van talrijke gelijkgezinden had uitgesproken, toen hij in een artikel getiteld Der englische Styl (de engelse stijl) over de situatie in Wenen verkondigde: We hebben kunstenaars genoeg, we hebben ook ambachtslieden, het ontbreekt ons allen aan een organisatie. Wat ons ontbreekt, is een organisatie die kunst en ambacht met elkaar verbindt.Op 19 mei 1903 werd de Wiener Werkstätte Productivgenossenschaft vonKunsthandwerken in Wien officieel als coöperatie in het handelsregister ingeschreven. De architect Josef Hoffmann en de graficus en schilder Koloman Moser werden directeur, penningmeester was de fabrikant Fritz Wärndorfer.

Seccession
Anders dan in de rest van Europa, met name Frankrijk, Engeland, België, Duitsland of Nederland- vond de roep om verandering tegen het eind van de 19de eeuw in Wenen pas laat weerklank. Nu eiste men ook hier dat de Nieuwe Tijd haar uitdrukking moest vinden in de kunst, in de cultuur en in het dagelijks leven. Het program dat de architect Otto Wagner in 1896 had opgesteld voor een eigentijdse, functionele en doelmatige vormgeving van al wat door mensen werd gemaakt en gebruikt, kreeg voor het eerst zijn beslag met de oprichting van de kunstenaarsvereniging Seccession op 3 april 1897. Ook Josef Hoffmann en Koloman Moser waren lid van de Seccesion. De voor de Kunstnijverheid belangrijkste internationale ontwerpers rond de eeuwwisseling zoals Henry van de Velde, Charles Rennie Mackintosh of Charles Robert Ashbee werden uitgenodigd om de resultaten van hun artistieke bemoeienissen aan het Weense publiek te presenteren in de tentoonstellingsruimten van de seccesion. Daarvan profiteerden natuurlijk ook de Oostenrijkse kunstenaars, die de nieuwe ideeën in hun eigen werk toepasten. Zo was al rond 1900 in het oeuvre van de Weense Kunstenaars een sterkere geometrische tendens te bespeuren, die vermoedelijk was geïnspireerd door het werk van de Schot Mackintosh. Dat hij rechtstreeks in contact stond met de oprichters van de Wiener Werkstätte, blijkt uit de archieven. De wederzijdse invloeden in hun werk zijn duidelijk zichtbaar.

Invloeden
Rond de eeuwwisseling zien we in het werk van Josef Hoffmann en Koloman Moser naast de geometrische vormen ook de tendens om het ornament te beperken, zodatlogoww het soms zelfs geheel verdween. De abstractie als uitgangspunt voor de vormgeving van een voorwerp werd als bevrijdend element ervaren in de kunst rond 1900. Daartoe heeft in de ruimste zin ook de kennis van de Japanse kunst bijgedragen, die zoals bekend veel invloed heeft gehad op de Europese kunst vanaf het midden van de 19de eeuw.

Wenen speelde daarbij een belangrijke rol, daar deze kunst uit het Verre Oosten met name op de Wereldtentoonstelling in Wenen in 1873 tot een grote doorbraak kwam.

Arbeidsethos
Het organisatorische en sociale deel van het program van de Wiener Werkstätte was sterk geënt op de statuten van de Guild of Handicraft, al werd deze niet met name genoemd. Charles Robert Ashbee, architect en ontwerper, een leidende figuur in het engelse Arts & Crafts beweging, had de Guild in 1888 opgericht. Hun bijzondere manier van metaalbewerken en de toepassing van cabochon geslepen stenen om voorwerpen te versieren werd overgenomen door de Wiener Werkstätte, evenals de sociale arbeidsvoorwaarden. Deze waren heel gunstig voor de ambachtslieden, die specialisten (vaak zelf meesters) in hun vak waren. Zo waren de werkplaatsen licht en ruim. Maar als het op ambachtelijke uitvoering en afwerking aankwam, stelden Josef Hoffmann en Koloman Moser veel hogere eisen dan Ashbee. Het hoge niveau van de producten uit de begintijd van de Wiener Werkstätte getuigt ook van de goede samenwerking tussen de ontwerpende kunstenaars en de uitvoerende ambachtslieden. Lange tijd werden de producten wanneer ze gereed waren voorzien van het monogram van zowel de ontwerper als de maker, om de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het eindresultaat te onderstrepen.

De tweede fase
De veelzijdigheid en het brede spectrum van producten kwam de groep kunstenaars goed van pas, toen ze de opdracht kregen voor Viktor Zuckerkandl in Purkersdorf een sanatorium te bouwen en in te richten. Het drieverdiepingen hoge gebouw met een plat dak ontstond in 1904 naar ontwerpen van de architect Josef Hoffmann. Met KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERAde inrichting van het sanatorium kon de Wiener Werkstätte in zekere zin het idee van het Gesamtkunstwerk verwezenlijken, omdat de inrichting een van de eerste grote opdrachten was waaraan alle medewerkers hun deel bijdroegen. Koloman Moser was naast Josef Hoffmann de verantwoordelijke ontwerper. In hetzelfde jaar verzorgde men ook de inrichting van de modesalons van de zusters Emilie, Helene en Pauline Flöge. Emilie kreeg vooral bekendheid als levensgezellin van Gustav Klimt. Koloman Moser richtte de ontvangstruimte van het sanatorium in, en Josef Hoffmann nam het kantoor en het testlaboratorium voor zijn rekening. Juist hier blijkt dat beide kunstenaars elkaar sterk hebben beïnvloed; soms is het bijna onmogelijk uit te maken wie wat ontworpen heeft. Tot op de dag van vandaag is niet opgehelderd wie de monogrammen en de letter- en cijfertypen van de Wiener Werkstätte ontworpen heeft, Josef Hoffmann of Koloman Moser.

De beide kunstenaars werkten ook samen voor Galerie Miethke. Josef Hoffmann ontwierp voor de galerie een nieuw filiaal aan de Graben nr. 17, dat eind 1905 werd geopend met een tentoonstelling van de Wiener Werkstätte.Op deze expositie werden ook voor het eerst de maquette en de tekeningen van Palais Stoclet in het openbaar getoond. Adolphe Stoclet had na een bezoek aan Wenen Josef Hoffmann de opdracht gegeven een woonhuis te bouwen, omdat hij diep onder de indruk was van Hoffmanns gebouwen op de Hohe Wärte. De architect begon in 1905 aan het ontwerp van het gebouw, dat in 1911 aan de Avenue de Tervuren in Brussel werd voltooid. Het pand verkeert nog in de originele staat; het is het enige gebouw dat overgebleven is van de architectuur die door Josef Hoffmann en de Wiener Werkstätte is gebouwd en ingericht.

De periode na Koloman Moser
In 1907 besloot Koloman Moser mede om financiele redenen de Wiener Werkstätte te verlaten. Moser besefte dat het bedrijf in feite niet rendabel was. Met hem verloor de Wiener Werkstätte een veelzijdig kunstenaar, wiens werk er dankzij zijn grafische talent veel zachter,schilderachtiger en organischer uitzag dan dat van Josef Hoffmann, dat veel tectonischer en geometrischer van opbouw was.

De stijl van Josef Hoffmann was intussen ook veranderd. In het begin had hij allerlei geometrische constructies met zo min mogelijk ornament, maar in 1905 veranderdeKOLOMANMOSER dat. De eenvoudige grondvorm was er nog steeds, maar die begon was losser te worden, en de gebruiksvoorwerpen werden voorzien van versieringen. Bepaalde ornamenten zoals het rozen- of klimopmotief werden toegepast of de meest uiteenlopende gebruiksvoorwerpen. Het kwam vaak voor dat een bepaald ontwerp dat Josef Hoffmann beviel nu eens werd uitgevoerd met uitgestanste motieven, dan weer met in zilver gedreven ornamenten waardoor zo’n object telkens weer een totaal ander uiterlijk kreeg.

De Wiener Werkstätte had nu totaal andere opdrachtgevers dan in de begintijd. In plaats van de cultureel geëngageerde elite van het eerste uur uit de vooruitstrevende gegoede burgerij en uit kunstenaarskringen, verschenen nu de rijk geworden ‘oorlogsprofiteurs’ die uitermate veeleisend waren. Zoals in de krantenfeuilletons tijdens en na de Eerste Wereldoorlog te lezen is, moest ook de Wiener Werstätte zich aanpassen aan de wensen van deze nieuwe klantenkring.

Dagobert Peche
Met Dagobert Peche, die in 1915 zijn intrede deed, kreeg de Wiener Werkstätte nieuwe impulsen. Met zijn nieuwe ideeën uit het buitenland en zijn kennis en begrip van historische stijlperioden is hij verantwoordelijk voor het begin van een nieuwe stijlperiode. Zijn talent kwam het best tot uiting in kleine voorwerpen en sieraden in zijn onverwisselbare, filigraan-achtige, sierlijke stijl. In de kunst van zijn vereerde leraar Josef Hoffmann, die hij beschreef als ‘keizerlijk’ , maar zonder liefde is Dagobert Peches invloed onmiskenbaar. De vruchtbare samenwerking van beide kunstenaars werd afgebroken door Peche’s vroege dood in 1923.

Dankzij goede contacten met binnen- en buitenlandse bedrijven was men er redelijk in geslaagd de Wiener Werkstätte uit haar economische crisis te bevrijden. In 1916 werd bijvoorbeeld een filiaal in Berlijn en een modezaak in Wenen geopend. In 1916/17 kwam er een winkel van de Wiener Werkstätte in Marienbad , en in 1917-19 een filiaal in Zürich onder supervisie van Dagobert Peche. In 1923 volgde nog een filiaal in Kärnten. De Wiener Werkstätte was vertegenwoordigd op de internationale beurzen van o.a. Leipzig, Frankfurt en Wenen. In 1922 werd zelfs in New York een filiaal geopend dat geleid werd door de architect Joseph Urban.

De financiële situatie van het bedrijf bleef echter sterke schommelingen vertonen. Het 25-jarige jubileum dat op 1 juni 1928 werd gevierd, maakte nog eens duidelijk hoe belangrijk de Wiener Werkstätte was als smaakmaker van de Weense kunst en cultuur in het eerste kwart van de 20ste eeuw; maar de ondergang was niet meer tegen te houden. Ook in artistiek opzicht kon het bedrijf vanaf de jaren ’20 niet meer concurreren met anderen, zoals bijvoorbeeld Bauhaus.

De liquidatie van de genootschap begon officieel op 14 oktober 1932. Het hele magazijn van de Wiener Werkstätte, behalve de voorraden van het modeatelier, werd geveild. Op 30 december 1938 deed de executeur Alfred Hofmann opgaaf van de liquidatie en toen werd de Wiener Werkstätte definitief opgeheven.

Bron: Wiener Werkstätte (keuze uit Weense collectie).

about the author

No comments

The comments are closed.