0
products in your shopping cart
Total:   € 0.00 details
There are no products in your shopping cart!
We hope it's not for long.

Visit the shop

Art Deco

Art Deco is een decoratieve, veelkleurige, maar ook functionele en vooral vernieuwende stijl (ca. 1910-1940) die in de jaren ’20 en ’30 zeer populair was, vooral in de kunstnijverheid, vormgeving en architectuur. De term Art Deco is ontleend aan de Exposition Internationale Des Arts Décoratifs et Industriels Modernes, een tentoonstelling die in 1925 in Parijs werd gehouden en die de nieuwe stijl in de kunstnijverheid en architectuur belichtte, maar pas in de jaren ’60, toen de stroming evenals de Jugendstil of Art Nouveau weer sterk in de belangstelling kwam.

Op deze expositie was Frankrijk de grootste deelnemer. De Franse inzendingen maakten een luxueuze indruk en waren soms in kostbare materialen uitgevoerd. Het Art Deco bouw Pavillon de Lesprit Nouveau en Le Corbusier en Pierre Jeanneret, stak scherp af te midden van alle weelderige uitstallingen; een strak gebouw van Beton, Glas en Staal, ingericht met fabrieksmeubelen. De Amerikanen lieten het afweten. De Minister van Economie, Herbert Hoover, meldde dat in zijn land geen Moderne decoratieve Kunst is, behalve dan de niet te transporteren wolkenkrabbers. Veel andere Europese landen waren wel vertegenwoordigd. Nederland met een inzending die gedomineerd werd door de Amsterdamse School. Art Deco kwam voort uit een reactie op de Art Nouveau en de Jugendstil en wordt gekenmerkt door een strakke en eenvoudige vormgeving, eenvoudige geometrische patronen, strenge verticale lijn, rood, zwart en zilver, abstractie en fel helder kleurgebruik. De toepassing van glimmend metaal, glas en plastics als decoratie kwam op toen men ook deze materialen als mooi ging beschouwen. Dit gebeurde onder invloed van de uitvinding van verschillende machines. Gebruikte materialen zijn vooral chroom, bakeliet, gepolijste steen en glas. Art Deco voorwerpen zijn in grote aantallen geproduceerd maar ook in enkele stuks. De Art Deco stijl was de eerste echt Moderne Stijl van de 20e eeuw. In thema’s, stijl en felle kleuren weerspiegelden o.a. meubelen, sieraden, keramische voorwerpen, beeldhouwwerken, een algehele sfeer van optimisme na de Eerste Wereldoorlog. Men had geen boodschap meer aan het verleden en de ontwerpers speelden in op de interessen van de nieuwe tijd; snelheid, reizen en luxe.

Hun afnemers waren mensen die zich geheel richtten op de internationale, commerciële wereld. Het tijdperk van mechanisatie en industrialisering was in volle gang. De combinatie van meer vrije tijd en mobiliteit bood alle gelegenheid om exotische landen te bezoeken. Verschillende invloeden en modetrends hebben de jaren van de Art Deco gekenmerkt: In Art Deco zijn dan ook onder andere invloeden terug te vinden van de geometrische vormen van de Azteken, van de Primitieve Kunst uit Afrika en van Japanse interieurs, maar ook van kleuren en materiaalcombinaties die herleid kunnen worden tot het graf van Toetanchamon, dat in 1922 werd ontdekt. Men kon zich laten meeslepen door exotische verten zoals zwart Afrika, of het boerse Rusland. Men greep terug naar elementen uit het verleden, zoals de roemrijke Franse Lodewijkstijlen, of naar de hoekige trappiramiden van Midden- en Zuid-Amerika waarnaar in die tijd expedities werden gemaakt. Ook de kunst van de klassieke oudheid vormde vooral vanaf het einde van de jaren ’20 een inspiratiebron. De Art Deco van de jaren ’20 combineerden voluten, bloemenmanden, rozen, fontein- en zonmotieven met pure meetkundige figuren. Deze waren symmetrisch. Enkele standaard motieven van de Art Deco stijl waren traditionele decoratieve elementen als boeketten, dieren en figuren van jonge meisjes. Deze waren altijd gestileerd en hoekig, vaak gecombineerd met geometrische motieven als zigzagpatronen, bliksemflitsen. De nadruk op stilering en abstracte vormen vond zijn oorsprong in de groeiende invloed van de machine en de abstracte kunststromingen zoals Kubisme en Futurisme. Onder invloed van het Kubisme werden de motieven van de Art Deco vereenvoudigd tot rechthoekige vormen. Het expressionisme van bijv. Henri Matisse zag men terug in het fel kleurgebruik. Art Deco ontwerpers maakten gebruik van een grote diversiteit aan materialen. Grof weg kun je in de Art Deco twee richtingen onderscheiden. Aan de ene kant een traditionele richting die gericht is op de 18e en 19e eeuw. Deze werd gekenmerkt door het gebruik van kostbare materialen, exotische houtsoorten, in combinatie met ivoor, email, bladgoud en lak, en handwerk. Aan de andere kant een modernistische stijl die gericht is op het gebruik van nieuwe materialen zoals aluminium, chroom, en buisvormig staal. Hierbij ligt de nadruk met nadruk op functionaliteit en machinale productiewijze.

Architectuur

In de Architectuur vormde de Art Deco vaak een element binnen een andere architectuurstroming. In Nederland werd de Art Deco vaak gebruikt in combinatie met de Amsterdamse School (Theater Tuschinski in Amsterdam, H.L. de Jong, 1921)

en in Duitsland in het Expressionisme (Paula Modersohn Becker Huis in Bremen, Bernard Hoetger, 1926). In Rotterdam kan men de hang naar meer decoratie ook tusch1terugvinden in het werk van Krombout die een aantal massieve kantoorgebouwen heeft neergezet, die echter rijk gedecoreerd waren. Een overblijfsel is het voormalig kantoor van de Scheepvaart Vereniging Zuid (havenwerkgevers) aan de Pieter de Hooghweg. Een ander voorbeeld in Rotterdam is het Atlantic Huis van Buskens. Juist over de toepassing van ornament (versiering) waren de meningen sinds het begin van de twintigste eeuw zwaar verdeeld geraakt. Bij functionalistische vormgevers en architecten was het ornamentloos bouwen populair. Over het algemeen werd deze manier van bouwen erg gewaardeerd. Toch bleek deze manier van bouwen de behoefte aan sierlijke vormen en ornament in de bouwkunst niet te kunnen verdringen. Tegen de stroming van het functionalisme in (nieuwe bouwen) gaf Art Deco lucht aan de behoefte aan verfraaiing en esthetiek. De voor de Parijse Exposition Internationales Des Arts Décoratifs et Industriels Modernes van 1925 gecreëerde gebouwen behoorden voor het merendeel tot de Art Deco, maar waren slechts van tijdelijke aard. Latere ontwerpers kenden ze slechts van foto’s en tekeningen. Puristen beweren niettemin dat die gebouwen de enige echte Art Deco vormden. Vele gebouwen droegen nog de sporen van de voorafgaande monumentale stijl van omstreeks 1900, maar de verschillende paviljoens waren reeds sterk modernistisch, sommige geheel, de meeste echter in hun toegevoegde details.

Het opvallendste en meest controversiële gebouw van de expositie was het pavilion de lEsprit Nouveau van Le Corbusier, ontbloot van de afschuwelijke Decoratieve Kunst die hij een afgelopen zaak achtte, en ingericht met gestandaardiseerde Massa Producten. Het meubilair was saai en lelijk, maar het gebouw zelf deed zijn naam, De Nieuwe Geest, eer aan. Het was zeer licht, had een hoog plafond en het ontwerp van de vertrekken en ruimten was praktisch. Een fraaie witte doos, gebouwd om een boom; dit huis veroorzaakte een schandaal, al was het een duidelijk teken van het machinetijdperk. In dezelfde functionele, modernistische stijl werkten in Frankrijk Robert Mallet-Stevens, en Eileen Gray; in Duitsland Walter Gropius en Ludwig Mies van de Rohe; en elders in Europa Walter Reitz en Adolf Loos.

In de Verenigde Staten ontwierp Frank Lloyd Wright huizen die hun natuurlijke omgeving completeerden. Zij waren praktisch, geconstrueerd van hout en glas, en pasten beter bij hun vaak bosrijke omgeving dan de met strak wit afgewerkte costructies van Gropius, Mallet-Stevens en Eileen Gray. Interessant is de specifieke, witgekalkte en met pasteltinten opgeluisterde Art Deco-architectuur van Old Miami Beach in Florida, waarvan een groot deel combinaties vertoond van gebogen en vlakke muren, cirkelvormige en veelhoekige ramen, afgezet tegen rechtlijnige kozijnen, en overdadig, vaak gebogen traliewerk: elementen die alle te vinden zijn in modernistische gebouwen van Le Corbusier, de vertegenwoordigers van het Bauhaus e.a.

De Art Deco architectuur werd, in tegenstelling tot andere Art Deco disciplines, niet beheerst door de Fransen maar door de Amerikanen. De ook nu nog opvallende wolkenkrabbers van New York, Chicago en andere Amerikaanse steden, met hun spitse torens, getrapte opstanden, decoratieve lofwerk en geometrische friezen, zijn de belichaming geworden van de Art Deco.

 

Chrysler gebouw

 

about the author

No comments

The comments are closed.